Impactvolle hypotheek

donderdag 18 februari 2016 | J.M. Hilgersom FFP

Geachte mevrouw van Vroonhoven, beste Merel,

 

Met verbazing heb ik het artikel in het FD gelezen. De stelling is dat huiseigenaren verplicht moeten worden meer eigen middelen te investeren in hun eigen woning. Ik heb de onderbouwing van de noodzaak hiertoe echter niet kunnen lezen.

Als huizenbezitter heb je diverse risico’s om rekening mee te houden. Je hebt o.a. het renterisico, het vermogensrisico en je hebt het mobiliteitsrisico.

Wanneer je een eigen woning in bezit hebt, de hypotheek hebt afgesloten tegen een lage rente, terwijl de rente stijgende is, je moet verlengen tegen een fors hogere rente, de lasten (daardoor) stijgen, de waarde van woningen dalen en je je baan kwijt raakt of een fors gedeelte van je inkomen moet missen, dan kun je inderdaad in de problemen komen.

Er is een marktwerking. Iemand die een relatief hoge financiering afsluit ten opzichte van de waarde van de woning moet een hogere rente betalen dan iemand die minder leent in dezelfde vergelijking.

Feiten:

Het volledig aflossen van de eigenwoningschuld is verplicht voor nieuwe financieringen.

De woningmarkt leeft op, de verwachte waardestijging is ca. 3% voor 2016.

Alle rentestanden zijn relatief laag / historisch laag.

Er wordt steeds vaker gekozen voor een langere rentevaste periode.

In tegenstelling tot de lastenontwikkeling van een huurwoning kun je door je rente lang vast te zetten (meer) zekerheid krijgen over de toekomstige maandlasten.

De gemiddelde lastenstijging is bij een hypotheek voor een eigenwoning lager dan de stijging van de huurlasten (o.b.v. huurprijsontwikkeling de afgelopen jaren).

De toegevoegde waarde van een financieel plan (-ner) wordt onderkend. Een financieel planner vergelijkt een huurscenario met een koopscenario.

Uitgaande van een waardestijging van 3% op jaarbasis en een maximale hypotheek van 102% van de waarde van de woning is de waarde na 1 jaar, zelfs als er niet wordt afgelost, hoger dan de hypotheek.

Een huurder bouwt geen vermogen op in de bewoonde woning.

 

Ik voel me genoodzaakt te moeten reageren op het artikel. Consumenten die zich online oriënteren op het maken van een financiële beslissing komen uw mening tegen. En zullen hier vanuit de functie die u vertegenwoordig vrijwel zeker waarde aan toekennen.

U adviseert dan weliswaar niet over een specifieke dienst of een zeker product, vanuit de definitie van de Wft, maar realiseert u zich dat consumenten op basis van uitingen zoals deze door u gedaan worden hun beslissing kunnen laten afhangen?

Mij is niet duidelijk uit hoofde van welke titel de reactie is gegeven. “Huizenbezitters gaan te veel lenen” wordt er gesteld. Is het niet zo dat de wetgever de normen bepaalt en dat een huizenbezitter binnen dit kader een financiering afsluit? Geeft u hiermee niet aan dat de wetgever incompetent is en dat u kritiek heeft op de totstandkoming van deze normen?

Een toezichthouder heeft als rol om toe te zien op het naleven van de wet- en regelgeving die van toepassing is. Een toezichthouder zou in deze een neutrale rol moeten vervullen. De toegevoegde waarde van het uiten van een mening zie ik niet. Sterker nog, ik vind het niet passen bij de rol van een toezichthouder.

Stel dat iemand weinig tot geen geld heeft en de komende 10 jaar blijkt de woningmarkt zich positief te ontwikkelen en de gemiddelde waardestijging is 3% per jaar. Je zou een woning hebben gekocht van € 200.000. De waarde van de woning na 10 jaar is dan € 268.000. Je hebt gekozen voor een annuïteitenhypotheek, rente 3% voor 10 jaar vast.

Stel dat je 102% van de waarde van de woning zou hebben gefinancierd, ofwel € 204.000 dan zou de lening na 10 jaar nog € 155.000 zijn. Na 10 jaar zou je vermogen dan € 268.000 -/- € 155.000 = € 113.000 zijn.

Stel dat de waarde van de woning gelijk zou blijven. Dan zou je een vermogen van € 200.000 -/- € 155.000 = € 45.000 hebben opgebouwd.

Stel dat de waarde van de woning met 2% per jaar zou dalen, dan is de woning nog € 163.000 waard, terwijl de hypotheek op € 155.000 staat.

Kortom: in vrijwel ieder scenario is het zo dat het restschuldrisico zeer klein is en de kans op het realiseren van een vermogen groter.

Ik ben heel erg benieuwd naar de motivatie om te stellen dat het verstandig en / of noodzakelijk zou zijn om (meer) eigen vermogen te moeten investeren in een eigenwoning.

Stel dat iemand een huurwoning had van € 800 per maand en de huurstijging was 2,5% per jaar, gedurende 10 jaar, dan was de huurlast na 10 jaar € 1.024. En er was geen vermogen opgebouwd.

De mogelijkheid om een koopwoning aan te schaffen wordt enorm verkleind wanneer mensen verplicht worden om (nog) meer eigen vermogen bij aanvang te investeren. Vanwege deze drempel zullen mensen langer gaan huren. De vraag naar huurwoningen neemt toe en de huurprijzen stijgen. Omdat de huurprijzen stijgen is er minder ruimte om te sparen. Omdat er minder gespaard kan worden duurt het steeds lager voordat iemand een koopwoning kan kopen.

Beste mevrouw van Vroonhoven, ik ben geen academicus. Ik ben geen econoom. Maar ik denk wel te beschikken over een gezonde dosis boerenverstand. En dit boerenverstand geeft mij aan dat de problemen op de woningmarkt worden vergroot als mensen (nog) meer geld zouden moeten investeren alvorens een eigenwoning te kunnen aanschaffen.

De AFM heeft als doelstelling dat er transparante financiële markten zijn. Het klantbelang staat centraal. Wanneer er een stelling wordt gedaan, dan lijkt het mij dat hierin dit naar voren zou moeten komen. Een redactioneel artikel leent zich niet altijd voor diepgang. Ik wil u langs deze weg vragen om het nut en de noodzaak, vanuit het klantbelang, te uiten om meer eigen geld te moeten investeren in de woning alvorens deze te kunnen aankopen.

Met nadruk zeg ik “vanuit het klantbelang”. Dat het voor geldverstrekkers minder risicovol is om geld uit te lenen wanneer de waarde van de woning ten opzichte van de financiering groter is, dat lijkt me duidelijk. Maar hier is marktwerking op van toepassing. Hoe meer risico, hoe hoger de rente. Impliciet word je dus vanzelf gestimuleerd om de hoofdsom te verlagen (bij aanvang of gedurende de looptijd) en daarmee risico-opslagen te laten vervallen.

In de markt zie je dat de top-opslagen bij een financiering boven 90% van de marktwaarde ca. 0,5% per jaar zijn. Op basis van een regulier aflossingsschema zit je na ca. 6 jaar op een financiering die lager is dan 90% van de waarde van de woning, uitgaande van een aanvangsfinanciering van 102% van de waarde van de woning en volledige aflossing o.b.v. annuïteiten.

De periode dat een eigenwoningbezitter gemiddeld in een eigenwoning woont is langer dan 6 jaar.

Iemand die een woning aankoopt wordt door zijn of haar adviseur gewezen op het bezitsrisico. Immers, dat is onderdeel van de toetstermen vanuit de Wft. De wetgever laat “execution only” verstrekking toe. De geadviseerde consument weet dat het kopen van een woning risico’s met zich meebrengt, maar maakt weloverwogen de keuze om de stap toch te nemen.

Iemand die een huurwoning wil gaan huren wordt op een totaal niet te vergelijken manier financieel getoetst. De huurlasten mogen fors hoger zijn dan de lasten die voortvloeien uit de (maximale) lasten die behoren bij de maximaal toegestane hypotheek.

Hiermee kan zelfs worden gesteld dat het risico op wanbetaling bij een huurwoning groter is dan bij een koopwoning. Er is hier geen sprake van “overkreditering”, er is geen financiering, maar de druk op het besteedbare inkomen kan onverantwoord hoog zijn.

Bij een hypotheek is de maximale verstrekking gebaseerd op statistieken en bij een huurwoning is er geen vergelijkbare regulering.

De noodzaak om een (dure) huurwoning te moeten gaan huren wordt vergroot naarmate het bedrag dat iemand moet investeren in een woning (verder) vergroot wordt. Wanneer je geen eigen vermogen hebt wordt het zeer lastig om een eigen woning te kunnen kopen. Sparen gaat niet hard met de huidige rentestand en hoge huurprijzen. Noodgedwongen betaal je onredelijk hoge huurprijzen omdat je niet kunt kopen, vanwege de vermogensverplichting. Terwijl je de bij de financiering behorende maandlasten eenvoudig kunt betalen en je hiermee je woonwensen beter had kunnen invullen.

Een financiering voor een eigenwoning is ondergeschikt aan de woonwensen die mensen hebben. De woonwensen die iemand heeft staan centraal. Omdat de woning niet uit eigen middelen kan worden aangekocht moet een financiering worden afgesloten. Laat de markt haar werk doen. Binnen redelijke grenzen. Het beschermen van de consument voor het afsluiten van een financiering van 150% van de waarde van de woning vind ik redelijk.

U stelt dat de maximale verstrekking ten opzichte van de waarde van de woning lager zou moeten komen te liggen. Kunt u mij aangeven waarom dit in het klantbelang is?  

Het is relatief eenvoudig om iets te stellen, maar de stelling motiveren is lastiger. Nogmaals, de motivatie zou ik graag zien vanuit het klantbelang.

Een stelling die ik zou kunnen plaatsen is: “Het is hoogst onverstandig om een woning te huren, omdat de woonlasten in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid, levenslang, zullen blijven stijgen”.

Stel dat ik in gesprek ben met iemand van 40 jaar. De AOW-leeftijd o.b.v. de statistische levensverwachting ligt rond de 70 jaar. Ik geef aan dat wanneer er een woning wordt gekocht in jaar 31, uitgaande van een looptijd van de hypotheek van 30 jaar, er geen lasten meer zullen zijn.

En ik laat zien dat een huurwoning die nu € 800 per maand over 30 jaar € 1.678 kost bij 2,5% stijging per jaar. Waarbij ik tevens opmerk dat er geen vermogen is opgebouwd, terwijl een eigenwoningbezitter de woning, vrij van hypotheek, kan verkopen en desgewenst kan beschikken over de verkoopopbrengst van de woning.

Afgeleid van de stelling dat meer mensen meer geld moeten investeren bij de aankoop een woning is tevens het gevolg dat meer mensen verplicht zijn te moeten gaan huren, omdat zij onvoldoende spaargelden hebben. In jaar 31 hebben zij een woonlast van € 1.678, terwijl als zij een woning hadden kunnen kopen er in het geheel geen woonlasten zouden zijn geweest.

Juist op het moment dat de hoogte van de toekomstige pensioenuitkeringen behoorlijk onder druk staan zou vermogensvorming moeten worden gestimuleerd. Het is een gegeven dat een zeer groot deel van het vermogen van de Nederlanders zit in het eigenwoningbezit. En daar is niets mis mee.

Het verder verlagen van de maximale verstrekking ten opzichte van de waarde van de woning kan worden gezien als een onbetrouwbare overheid. Je koopt een woning, je mag de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost. Je hebt een fiscale stimulans om de aankoop te realiseren. Je neemt een beslissing op basis van de actuele marktomstandigheden, waaronder de relevante wet- en regelgeving. Gebaseerd op deze omstandigheden is er een verwachting ten aanzien van vraag en aanbod. Wanneer toekomstige woningkopers fors minder mogen lenen, dan is er zeker sprake van vraaguitval. Vraaguitval leidt tot een waardedrukkend effect op hun woningen.

Ik realiseer me dat het voor de overheid een risico is dat wanneer de rente zou stijgen en bijvoorbeeld over 10 jaar een stuk hoger is dan nu, er meer fiscale aftrek kan ontstaan.

Hier staat tegenover dat door de veranderingen de afgelopen jaren en de verplichting om volledig af te lossen de groei van de hypotheekschuld vrijwel tot stilstand is gekomen.

Iemand die een korte rentevaste periode neemt, korter dan 10 jaar, wordt vanuit de wetgeving beschermd. Ongeacht de werkelijk betaalde rente, indien lager dan 5%, wordt er getoetst op een rente van 5%. Op basis van de door de wetgever goedgekeurde normen zouden de lasten ook bij een rentestand van 5% betaald moeten kunnen worden.

Wanneer iemand de rente 10 jaar vast zet en de rente zou over 10 jaar een stuk hoger zijn dan nu, dan levert dit een zeker risico op. Een rentestijging is vaak aan de orde wanneer het beter gaat met de economie. Wanneer het beter gaat met de economie, dan stijgen ook de lonen. Wanneer de lonen stijgen dan kan een stijging van de rentelasten hiermee (deels) worden opgevangen.

Het is een risico dat een huizenbezitter weloverwogen, op basis van een cijfermatige vergelijking, onder begeleiding van een deskundig financieel adviseur die voldoet aan de wettelijke eisen, heeft gekozen en geaccepteerd.

Vanwege de aflossingseis is er na 10 jaar nog ca. 76% over van de oorspronkelijke hoofdsom. Wederom ga ik uit van aflossing o.b.v. annuïteiten. Het bedrag waarover de hogere rente van toepassing is, is door de aflossing een behoorlijk stuk verlaagd.

Een huurwoning van € 800 per maand, zou bij 2,5% jaarlijkse huurstijging na 10 jaar € 1.024 per maand kosten, een stijging van 28%. Waar het in de toekomst nog maar moet blijken of er een hogere rente is na 10 jaar is, o.b.v. de huurprijsindexatie in het verleden,  hier een veel grotere mate van zekerheid over hogere lasten.

Iemand die nu op 3% rente zit, met een netto maandlast op € 800 zou na 10 jaar op 7,2% rente mogen uitkomen om uiteindelijk ook € 1.024 aan lasten te hebben. Uiteraard weten we niet hoe de rente zich zal ontwikkelen, maar feit is dat dit evident een behoorlijke stijging is.

Iemand die een woning koopt neemt over het algemeen een weloverwogen risico. Een restschuldrisico. Een renterisico. Een mobiliteitsrisico. Aan de andere kant is het vaak ook een bewuste keuze. Voor dezelfde of lagere woonlasten kan er een woning worden gekocht, binnen korte termijn worden verkregen, waarbij er geen sprake is van toewijzing, maar van een vrije keuze, waarbij de maandlasten vaak lager of gelijk zijn dan bij een huurwoning.

En met als belangrijk verschil dat uitgaande van een periode van 30 jaar de woning eigendom wordt. Vermogensvorming is ook een motief.

Juist vanwege dit motief is het wrang dat vanwege het gebrek aan (start-) vermogen je minder goed in staat bent om je doelstellingen te realiseren.

Ja, het woningbezit is in de eerste jaren van het bezit, bij een hogere financiering dan de waarde van de woning een risico. Maar alleen stilstaan bij de risico’s en niet bij de kansen, alleen kijken naar de korte termijn situatie in plaats van de lange termijn, dat is ook niet goed.

Bij de besluitvorming moeten alle voor en tegens worden meegenomen  Wederom: het klantbelang staat centraal. Het ontnemen van mogelijkheden aan grote groepen mensen die wel interesse zouden hebben in het aankopen van een woning maar het onmogelijk wordt gemaakt om deze wens te realiseren vanwege de kapitaalseisen bij de aankoop van die woning kan ik zeer slecht plaatsen in het licht van “het klantbelang centraal stellen”.

Ik nodig u uit om de uitingen in het artikel in het Financiële Dagblad van donderdag 18-02-2016 nader toe te lichten en onderbouwen. Op dit moment heb ik grote twijfels over mijn “gezond boerenverstand”, gezien het feit dat u een geheel andere mening heeft dan ik, met betrekking tot de passendheid / verantwoordelijkheid van de maximale financiering ten opzichte van de waarde van een woning.

Deze twijfels zie ik graag weggenomen door feiten op basis waarvan u aangeeft dat het voor “de consument” beter en verstandiger is om ten opzichte van de waarde van de woning minder te lenen.

Naast het verschil van inzicht ten aanzien van de maximale verstrekking van een eigenwoningfinanciering wil ik opmerken dat ik het roerend eens ben met de stelling dat mensen beter en duidelijker geïnformeerd worden over hun financiële planning en over de risico’s van bijvoorbeeld een hoge hypotheek.

Ik zie bovenstaande zaken ook als noodzakelijkheid. Daarom kan ik het niet begrijpen dat mensen zonder advies zelfstandig een hypotheek kunnen afsluiten. Een patiënt laat je zichzelf ook niet opereren. Omdat het onverantwoord is.

Het zelfstandig mogen afsluiten van een hypotheek, kan worden vergeleken met kwakzalverij. Een ondeskundig persoon wordt in staat gesteld een financieel product af te sluiten na het afleggen van een kennis- en ervaringstoets.

Een adviseur moet een Wft-examen met goed gevolg afleggen, permanent actueel blijven met betrekking tot de actualiteiten en aan permanente educatie-eisen voldoen (toetsen voldoende afleggen) om iemand te mogen adviseren. Maar wanneer een consument een kennis- en ervaringstoets goed invult dan wordt deze voldoende relevante kennis toegedicht en daarmee toevertrouwd zelfstandig in staat te zijn om dergelijke beslissingen te kunnen nemen.

Vreemd! Dan zou je kunnen stellen dat wanneer een adviseur deze toets doet en goed afrondt ook klanten zou mogen adviseren. Er is ruim onvoldoende waarborging voor het beschermen van het klantbelang. Het kan gewoon niet zo zijn dat iemand zonder kennis en ervaring na het afleggen van de toets zelf aan de slag mag gaan, terwijl een adviseur aan zware wettelijke eisen moet voldoen.

Als toezichthouder die aangeeft dat mensen beter en duidelijker geïnformeerd moeten worden begrijp ik niet dat er geen (herzien) standpunt wordt ingenomen tegen execution only. Hoe zou u anders de door u noodzakelijk geachte informeren ingevuld zien worden? Execution only kan ik niet zien als eerlijke en zorgvuldige dienstverlening.

Ik ben wel blij dat u het heeft over “hun financiële planning”. Hiermee wordt in mijn optiek onderkend dat het adviseren van een klant niet gaat over producten, maar over hun persoonlijke situatie als geheel, integraal. Je moet alles in samenhang beoordelen. Bijvoorbeeld bespreken wat de gevolgen zijn van een lage rentestand met betrekking tot hypotheken en pensioenen. Waar het enerzijds een voordeel is, kan het anderzijds een behoorlijk nadeel opleveren.

Ik merk verder op dat een lage rentestand er niet voor zorgt dat mensen teveel lenen. Wanneer mensen voldoende zijn ingelicht over de gevolgen van eventuele rentestijgingen dan kan er beter een weloverwogen beslissing worden genomen. Verder is de rentestand slechts beperkt van invloed op de hoogte van een financiering die iemand kan afsluiten.

Feitelijk zegt u dat de wet- en regelgeving moet worden aangescherpt vanwege de lage rentestanden om te voorkomen dat mensen wettelijk toegestane (en verantwoordelijk geachte) financieringen afsluiten. Al enige jaren is het zo dat de normen die bepalen welk bedrag mensen, zowel consumptief als hypothecair, mogen lenen door de overheid wordt bepaald.

Het gaat er bij mij niet in dat “de lage rentestand ervoor zorgt dat particulieren teveel lenen”.  De overheid communiceert dat de normen die zij hanteert veilige normen zijn, gebaseerd op gemiddelden. Goedgekeurd door het Ministerie. Ieder jaar opnieuw. Het is dan vreemd om te zeggen dat particulieren iets niet goed doen wanneer zij hierop vertrouwen.

Anders gezegd: u geeft aan dat u het niet eens bent met de wijze waarop het Nibud haar normen vaststelt ter bepaling van de maximale financiering voor particulieren. De minister heeft hier een tijd geleden over gezegd geen discussies meer te willen voeren over de wijze van vaststelling van de maximale financieringsmogelijkheden, maar blijkbaar wil u deze discussie weer openen.

U kunt een particulier niet verwijten iets te doen waar ze (zelfstandig) toe in staat is, op basis van normen die door de overheid als verantwoord worden gezien. Mocht u van mening zijn dat dit kan leiden tot onverantwoorde situaties, dan ligt het in lijn met uw taak als toezichthouder een signaal af te geven aan de politiek zodat de wetgeving hierop aangepast kan worden.

Een adviseur moet in het klantdossier een betaalbaarheidsanalyse maken en komt niet weg met een opmerking “het past binnen de norm”. Maar een zelfstandig handelend particulier heeft geen adviseur. Een rekentool of een ander programma geeft aan wat kan en wat in de beleving van deze particulier ook verantwoord is.

Eigenlijk bepleit u dat bij de verstrekking van een financiering de betaalbaarheid door een financieel planner goed moet worden vastgesteld en dat particulieren behoed moeten worden tegen onverantwoorde risico’s. De gehele situatie moet in beeld worden gebracht en in samenhang worden beoordeeld om het werkelijke risico te kunnen bepalen. Alleen naar de hypotheek kijken of alleen naar het pensioen kijken is evident onvoldoende.

Hypotheekbezitters worden gezien als een kwetsbare groep. Terwijl alle lichten van de woningmarkt op groen staan wordt deze groep toch als kwetsbaar gezien. Waarom is dat? Is dit een actueel risico?

Vrijwel iedereen die nu een nieuwe rente moet vastzetten betaalt minder dan bij de vorige rentevaste periode. En mensen die een nieuwe hypotheek afsluiten worden getoetst op de huidige wet- en regelgeving.

Ik zou graag begrijpen waarom u hypotheekbezitters als kwetsbare groep ziet. Als hypotheekbezitter maak ik me hierdoor zorgen. Wat is hetgeen u precies bedoelt?

U stelt dat mensen een risicovrije wereld willen. Ik ben het niet met u eens. Ik merk dat mensen best bereid zijn om een weloverwogen en acceptabel risico te lopen. En niet alle risico’s willen uitsluiten.

U geeft aan dat mensen eigen verantwoordelijkheid hebben. Hier ben ik het mee eens. U wilt bijdragen aan duurzaam financieel welzijn door eerlijke en transparante financiële markten.

Kunt u mij uitleggen wat er eerlijk aan is dat een adviseur moet voldoen aan strenge eisen vanuit de Wft alvorens een financieel product te mogen adviseren, terwijl een klant na het afleggen van een, in verhouding, zeer lichte toets, zelfstandig een financieel product mag aanschaffen?

In deze doel ik er vooral op dat het niet eerlijk is voor de persoon die het product afsluit. Waar enerzijds het belang van hoge deskundigheidseisen wordt onderkend bij advisering gelden geheel andere normen bij zelf-advisering. Welke verantwoordelijkheid heeft de toezichthouder nu precies? Heeft zij alleen verantwoordelijkheid voor geadviseerde mensen?

Ik realiseer me dat een toezichthouder niet overal verantwoordelijk voor is. Maar in mijn optiek geldt dat wanneer je bepaalde mensen tot een kwetsbare groep rekent hier zorgplicht bij hoort. Als overheid zijnde. Met de nadruk op “plicht”. Als de toezichthouder de zorgplicht niet uitoefent, wie dan wel? Dan accepteren we dat ze kwetsbaar zijn, maar laten ze toch in staat om zelfstandig impactvolle beslissingen te nemen?

De stellingen die er zijn gedaan in het FD kan ik goed begrijpen. Maar al langere tijd zijn er geluiden in de markt die uw stellingen ondersteunen. Met name de verplichting om niet productgericht, maar om integraal advies te geven. En om mensen niet zelfstandig hypotheken te kunnen laten afsluiten, dus een verbod op execution only.

De gemiddelde consument zoekt op internet naar “de laagste rente” en “ de laagste maandlasten”. Ook wordt er gezocht op “maximale hypotheek”. Vervolgens kunnen ze online op een website komen, waar ze de laagste rente zien. En waar ze dat product ook kunnen afsluiten. Zonder advieskosten. Lagere kosten voor de consument was een belangrijk doel van het provisieverbod.

Wanneer we mogen aannemen dat vanwege de toetstermen in het Wft-gebouw, met aanvullende permanente educatie en actualiteitseisen een adviseur dan pas beschikt over een kennisniveau dat als voldoende wordt gezien, hoe kan ik dit dan rijmen met de mogelijkheden die consumenten zelfstandig geboden krijgen om dergelijke producten online af te sluiten?

De consument bespaart bijvoorbeeld 750 tot 1.000 Euro aan afsluitkosten ten opzichte van de kosten bij een adviseur die de gehele persoonlijke situatie in beeld brengt, de wensen en eisen inventariseert, de toekomstplannen en doelstellingen in kaart brengt en op basis daarvan een advies afgeeft, al dan niet in de vorm van een productaanbod (dat eventueel ook bemiddeld kan worden).

Juist vanwege de stelling die u doet, hypotheekbezitters zijn een kwetsbare groep mensen, moet vanuit de wetgeving de mogelijkheid om zelfstandig deze producten af te sluiten worden verboden.

Automobilisten moeten stoppen voor een zebrapad als een voetganger wil over steken. Op deze manier wordt de kwetsbare voetganger beschermd. Het is een gebod, een verkeersregel. Heel normaal dat de kwetsbare voetganger wordt beschermd.

Waarom wordt de kwetsbare hypotheekbezitter niet beschermd?

De waarde van advies is de afgelopen jaren behoorlijk onderschat. Integraal advies wel te verstaan. De lage rente is voor de AFM onbekend terrein. Er is derhalve sprake van een veranderde marktomstandigheid. Analoog hieraan veranderen er ook andere zaken. Bijvoorbeeld het nut en de noodzaak om integraal advies te krijgen.

Ik wil u vragen nogmaals te beoordelen of het in het klantbelang is dat consumenten zelfstandig, zonder advies, zonder integrale planning, een product kunnen afsluiten waarbij er, zoals u zelf opmerkt, behoorlijke risico’s op de loer liggen.

Veranderde omstandigheden kunnen leiden tot een veranderde kijk op zaken. Voortschrijdend inzicht. Leermomenten.

Iets dat voorheen wellicht acceptabel was hoeft dat nu niet meer te zijn. Ik denk dat dit geldt voor execution only zaken. Wanneer ik de AFM als onderdeel van de financiële branche mag zien:  “Zitten “we” te wachten op klachten van mensen die zich onvoldoende beschermd hebben gevoeld om een (niet-passende) hypotheek af te sluiten?”.  

Uw doelstelling is om problemen te voorkomen in plaats van het inzetten van capaciteit voor het oplossen van problemen. Wanneer u stelt dat mensen een risicovrije wereld verwachten en dit erkent dan moet er een strengere bescherming gelden.

Net als dat een patiënt zijn eigen medicatie niet mag bepalen of zichzelf niet mag opereren, moet er betere regulering komen. Zelfadvies is niet in het klantbelang.

De motivatie om execution only niet af te schaffen was volgens mij dat er geen verplichting gewenst was om een financieel adviseur te moeten inschakelen. Waarom was dat? Kunnen we niet zeggen dat goedkoop (besparing advieskosten) duurkoop kan zijn?

Bepaalde medicatie kun je tegenwoordig bij de drogist halen. Maar voor andere, specifiek beoordeelde medicatie moet je langs de apotheek. Het wordt niet verantwoordelijk geacht dat deze producten vrij op de markt te krijgen zijn vanwege de mogelijke zwaar nadelige gevolgen.

Waarom kan dit onderscheid niet worden gemaakt bij financiële producten? Er is in het verleden een onderscheid gemaakt in complex / niet complex. Dit was enerzijds vanuit de mate van complexiteit, maar anderzijds ook om een categorisering te maken in het wel of niet toestaan van een vergoeding op basis van provisie.

Een annuïteitenhypotheek werd bijvoorbeeld gezien als niet-complex. Hoe wordt bepaald of een product complex is of niet?

Een beter onderscheid zou zijn: impactvol / niet impactvol. Bekeken vanuit de (mogelijke) invloed van het product op de financiële situatie. Dit is vanuit het klantbelang denken. En niet vanuit een product. Er zal altijd discussie blijven over het wel of niet impactvol zijn van een financieel product.

Als de lage rentestand als (groot) risico wordt gezien dan zijn de producten die hiermee te maken hebben ook in een hoger risicoprofiel gekomen. De noodzaak om geadviseerd te worden hierover is groter geworden. En in mijn optiek zodanig groot dat er verplichtstelling dient te volgen.

U geeft aan dat het geen nut heeft om nieuwe regels ter discussie te stellen zolang deze nog geen tijd hebben gehad om effect te sorteren.

Andersom kan dan worden gesteld dat het wel nut heeft om oude regels ter discussie te stellen, omdat deze geen effect sorteren. De huidige regels waarborgen niet dat het klantbelang voldoende wordt gediend.

Derhalve kan de conclusie volgens mij niet anders zijn dat de zienswijze ten aanzien van “execution only” herzien moet worden. Veranderde omstandigheden dienen wederom te worden getoetst aan het klantbelang en daaruit volgt in mijn optiek dat er nieuwe regelgeving moet komen.

Juist vanwege de lange termijn gevolgen van een product zoals een hypotheek mag niet doorslaggevend zijn dat de eenmalige (advies- en /of bemiddelings-) kosten hoger zijn bij het verplicht inwinnen van advies.

Het provisieverbod heeft ertoe geleid dat de gemiddeld door een consument te betalen kosten voor het kunnen verkrijgen van een financieel product fors zijn gedaald. Niet alleen een lage prijs is in het belang voor de klant, ook kwaliteit. Dat is het klantbelang daadwerkelijk centraal stellen.

Uiteraard zijn er praktische problemen wanneer advies verplicht wordt gesteld. Er vanuit gaande dat iedere vergunninghouder integer werkt en handelt zal er pas een advies worden gegeven wanneer de situatie voldoende in beeld is gebracht. Uit het klantadvies moet blijken dat het product aansluit op de persoonlijke situatie. Of dat de klant zich volledig bewust is van het afwijken op het gegeven advies en alle mogelijke risico’s voldoende in beeld gebracht heeft gezien.

Een risicovrije wereld zullen we niet realiseren. Een wereld waarin klanten worden beschermd tegen onverantwoorde beslissingen (zijnde beslissingen waarvan niet volledig de gevolgen kunnen worden overzien) is wel te realiseren.

Een impactvol financieel product als een hypotheek kan en mag niet worden gezien als een op zichzelf staand product. Het heeft teveel raakvlakken met andere aspecten van de financiële huishouding.

 

Heeft u een vraag over deze blog?

Relevante blogs

J.M. Hilgersom FFP

Hilgersom Financieel Advies & Planning

KWINTSHEUL