Beleggen en interen: een risicovolle combinatie!

maandag 09 december 2013 | A.M. van Luijk FFP MFP

De rentes zijn laag, de beurzen stijgen hard, de succesverhalen zingen weer rond. Wie niet op tijd instapt, mist veel rendement. Maar ook al zijn de rendementen goed; het kan in sommige gevallen slimmer zijn om niet te beleggen.
Laten we het voorbeeld nemen van de heer S. Paar die door omstandigheden een levenslange uitkering krijgt. Hij is nu 37 jaar en heeft een spaarkapitaaltje op de bank staan van 35.000 euro, waarmee hij zijn maandelijkse toelage aanvult met euro 50,-. Het duurt nog 30 jaar voor dhr. S. Paar met pensioen gaat en zijn allerbeste vriend B.E. Leg heeft hem duidelijk gemaakt dat hij met die 35.000 euro toch echt iets beters zou kunnen doen dan het bedrag tegen een rente van 1,5 procent op de bank laten staan. De heer S. Paar heeft hier wel oren naar. Zo hoog is zijn uitkering niet, dus alle beetjes extra zijn welkom.
Vriend B.E. Leg wil het bedrag gaan beleggen. Volgens hem is een gemiddeld rendement van 4 procent over de complete 30 jaar haalbaar en zelfs aan de voorzichtige kant ingeschat. Zijn vriend zou zelfs iedere maand 167 euro van zijn spaarrekening kunnen halen -onttrekken in vakjargon- om op zijn pensioendatum precies op 0 euro uit te komen.
De werkelijkheid is echter weerbarstig. In de praktijk vinden mensen het al erg lastig om geldstromen in de tijd te “zien”. Als daarnaast nog elementen als rendement en onttrekking een rol spelen wordt het helemaal complex. Vriend B.E. Leg heeft het over een gemiddeld rendement van 4 procent, maar dat betekent in de praktijk natuurlijk dat die rendementen door de jaren heen flink schommelen. Stel, de eerste 10 jaar is het rendement min 2 procent en de laatste 20 jaar plus 7 procent. Dan komen we op een mooi gemiddelde van 4 procent uit over heel de looptijd.
Wat is nu het probleem? Een negatief rendement van 2 procent valt op zich wel mee, maar het feit dat de heer S. Paar maandelijks geld onttrekt, versterkt het effect van die min 2 procent. Na tien jaar is er nog maar een kleine euro 10.500 van zijn mooie spaarsommetje over. Gelukkig breken dan de twintig vette jaren met 7 procent rendement aan. Maar ondanks dat gaan S.Paar en B.E. Leg hun einddoel daarmee niet meer halen. Na 6,5 jaar is het resterend vermogen namelijk op. Waar met een mooi gelijkmatig gemiddelde van 4 procent en een maandelijkse toelage van 167 euro onze vriend S. Paar het precies tot zijn pensioen zou kunnen uitzingen, is het vermogen bij een iets andere verdeling al na 16,5 jaar verdampt, tenzij hij de laatste 20 jaar een gemiddeld rendement van 18,7 procent zou hebben behaald.
Hoewel de adviezen van de vriend B.E. Leg goed bedoeld waren, kan dhr. S. Paar zijn geld dus beter op de bankrekening laten staan tegen 1,5 procent. Omdat de uitkering van S. Paar niet toereikend is –hij komt iedere maand tekort- kan hij zichzelf nu eenmaal weinig risico’s permitteren. Tegenvallende beursresultaten kan hij niet vanuit zijn inkomen compenseren. Ook krijgt hij te maken met effecten als inflatie en onverwachte tegenvallers. In de loop der jaren zal hij waarschijnlijk steeds meer moeten gaan onttrekken, waardoor zijn einddoel al niet meer haalbaar is.
Beleggen: prima, maar bovenstaand voorbeeld geeft duidelijk aan dat rendement niet het enige is dat telt.

Heeft u een vraag over deze blog?

Relevante blogs

A.M. van Luijk FFP MFP

Woonvisie

ROTTERDAM